Hier sta ik ​in het midden ​als 9 jarig meisje in mijn roze/blauwe badpak trots te wachten totdat ik de eerste prijs in ontvangst mocht nemen. 
Zwemmen was vroeger mijn lust en leven. Ik zwom (zonder op te scheppen 😉) fantastisch. Haalde de ene na de andere eerste prijs, verbeterde constant mijn persoonlijke records en zwom in de wedstrijdselectie.


Waar ik de eerste jaren nog super trots was op mijn resultaten, wilde ik als 11-jarige liever niet meer op het podium staan. Hoe vaak ik wel niet heb gedacht of tegen mijn ouders heb gezegd “ik hoop dat ik nu eens een tweede of derde plaats ga halen, want die bekers heb ik nog niet”

Steeds vaker kreeg ik een vreemd soort buikpijn en die begon meestal een dag voor de wedstrijd. De pijn was naar en ik werd er soms misselijk van. Steeds vaker moest ik mij door deze pijn terugtrekken uit de competitie. 


Ik weet nog goed dat mijn ouders met mij in gesprek wilden gaan. Ze wilden weten waarom ik toch iedere keer “ziek” was kort voor een wedstrijd. En toen kwam eindelijk ​h​et hoge woord er uit. Ik vertelde huilend tegen mijn ouders dat ik vond dat ik altijd maar de beste met zwemmen moest zijn. Een lagere prijs dan de eerste bestond voor mij gewoon niet. 

Mijn ouders waren verbaasd​ en geschrokken​ omdat zij ​dit vreselijk vonden voor mij en ​zich schuldig voelden dat zij misschien onbewust hebben overgedragen dat ik de beste moest zijn​. Dat gevoel heb ik echter tot op de dag van vandaag nooit gehad.

De eerste reactie van mijn moeder was dat ik van zwemmen af mocht. Dat voelde voor mij in het begin goed, maar als snel kreeg ik daar last van, want ik miste het zwemmen. Toch ben ik nooit meer na die ene dag gaan wedstrijdzwemmen.​..​ 

​Pas veel later ben ik voor mezelf gaan analyseren wat nu eigenlijk de reden was van die enorme druk die ik mezelf had opgelegd. Ik dacht eerst dat het te maken had met de enorme sportprestaties die mijn vader en broer hadden neergezet. Beiden hebben verschillende marathons uitgelopen en veel hardloopwedstrijden gewonnen. Wilde ik ook zo goed zijn en ook graag wedstrijdbekers winnen?

Toch heb ik nooit helemaal de precieze reden kunnen achterhalen. Ik ben gewoon “het zwemprobleem” uit de weggegaan en verder gegaan met wat ik wilde doen. 

Toch zou ik iedere ouder willen aanraden om dit anders met zijn of haar (hoog)begaafde kind aan te pakken, want uiteindelijk helpt het vluchten je kind niet verder. Ik had graag mijn hoge eisen willen omzetten in realistische doelen. Een van die doelen was vast en zeker het leren doorzetten geweest.

Er zijn veel manieren hoe je hier als ouder of leerkracht mee om kunt gaan. In mijn begeleiding ondersteun ik ouders en veel kinderen die de lat voor zichzelf te hoog leggen. Ik adviseer hen en geef praktische toepasbare tips die passen bij de situatie van dat gezin of kind.


Een algemeen advies wil ik heel graag delen en dat is dat je je slimme kind of leerling altijd feedback of complimenten geeft op het proces en niet op het eindresultaat of product. Want je begaafde kind of leerling kan namelijk heel hard leren voor een topotoets, omdat het moeite heeft met het leren leren hiervan. Ondanks het leren kan je pientere kind toch nog een onvoldoende halen. 


Een manier van het geven van feedback aan je begaafde kind kan zijn:

Zin A.  “Jammer dat je een onvoldoende hebt gehaald, maar de volgende keer gaat het je lukken” of 

Zin B. “Ik zie dat je zo hard geleerd hebt en als je zo doorgaat dan kom je er wel”.  

Zin A. Je geeft aan dat je het resultaat jammer vindt, maar dat het de volgende keer gaat lukken. Hopelijk is dat ook zo, maar het kan ook niet zo zijn. Op die manier schep je wel verwachtingen en leg je toch druk op het kind en het resultaat. 

Zin B. Je zegt dat je ziet dat je kind enorm zijn best heeft gedaan en dat als je zoon of dochter blijft oefenen dat het steeds beter zal gaan. Je geeft dus een compliment en je zegt iets bemoedigends. 

Welke zin zou jij eigenlijk zelf het liefste willen horen? 

Probeer het zelf eens om meer complimenten of feedback te geven op het proces. Het gaat je kind stimuleren om minder hoge eisen te stellen aan zichzelf en om door te zetten.